Crear
Descargar
Obtener Plan Académico
Compartir juego
Intégralo en tu plataforma

Puedes integrar el juego en un LMS compatible con LTI 1.1 o LTI 1.3 como Canvas, Moodle, o Blackboard. De esta manera podrás guardar las puntuaciones automáticamente en el libro de calificaciones de esa plataforma.
Descargar
Has superado el número máximo de juegos que puedes integrar en Google Classroom con tu Plan actual.

Para integrar tantos juegos como quieras en Google Classroom, necesitas un Plan Académico o un Plan Comercial.

Has superado el número máximo de juegos que puedes integrar en Microsoft Teams con tu Plan actual.

Para integrar tantos juegos como quieras en Microsoft Teams, necesitas un Plan Académico o un Plan Comercial.

La descarga de juegos es una característica exclusiva para usuarios con un Plan Académico o un Plan Comercial.

Obtén ahora tu Plan Académico o Comercial y comienza a integrar tus juegos en tu LMS, web o blog.

Si lo deseas, puedes descargar un juego de prueba aquí y probar su integración:

Nederlandse Vervoegingen Quiz

Froggy Jumps

Jugadas 0

Sobre esta actividad

Kies de juiste vervoeging

Creada por

Bélgica

Descarga la versión para jugar en papel

Crea tu propio juego gratis desde nuestro creador de juegos
Compite contra tus amigos para ver quien consigue la mejor puntuación en esta actividad

Top juegos

%
Anónimo
Anónimo
%
%
%
Has superado el número máximo de juegos que puedes imprimir con tu Plan actual.

Para imprimir tantos juegos como quieras, necesitas un Plan Académico o un Plan Comercial.

Imprime tu juego
Nederlandse Vervoegingen Quiz
 

Froggy Jumps

Nederlandse Vervoegingen QuizVersión en línea

Kies de juiste vervoeging

por Katrien Debal
1

Waarom ___ jij dat eigenlijk? (vinden)

2

Gisteren ___ hij dat hij niets wist.

3

___ even wat rustiger! (doen)

4

Zij heeft zich enorm ___. (vergissen)

5

Jij ___ toch niet dat ik dat geloof? (denken)

6

Toen hij binnenkwam, ___ iedereen plotseling stil. (worden)

7

___ jij je daar nog iets van? (herinneren)

8

Hij heeft de deur niet ___. (sluiten)

9

Ik ___ gisteren dat jij gelijk had. (beseffen)

10

___ je niet zo druk! (maken)

11

Waarom ___ hij altijd zo luid? (roepen)

12

Zij ___ zich gisteren niets van mijn waarschuwing aan. (aantrekken)

13

Jij ___ altijd dat je gelijk hebt. (beweren)

14

De politie heeft de verdachte uiteindelijk ___. (oppakken)

15

Hij ___ gisteren alsof er niets gebeurd was. (doen)

16

Hij ___ gisteren plotseling boos. (worden)

17

Waarom ___ je zo stil? (worden)

18

___ jij daar niet zenuwachtig van? (worden)

19

De situatie ___ steeds erger. (worden)

20

De leraar ___ dat iedereen stil moet zijn. (vinden)

21

Hij heeft zich goed ___. (voorbereiden)

22

Zij ___ zich goed voor op de wedstrijd. (voorbereiden)

23

Wat ___ jij eigenlijk met die opmerking? (bedoelen)

24

Jij ___ morgen door naar de volgende ronde. (gaan)

25

Gisteren ___ hij dat hij niets had gezien. (beweren)

26

Hij ___ dat hij niets heeft gezien. (beweren)

27

Hij heeft de hele situatie ___. (verdraaien)

28

___ jij nu eindelijk eens wat je bedoelt! (zeggen)

29

Wat ___ er als niemand op tijd komt? (gebeuren)

30

Jij ___ toch dat dit niet klopt? (vinden)

31

Waarom ___ jij dat niet meteen? (melden)

32

___ jij me? (geloven)

33

Jij ___ dat. (vinden)

34

___ jij dat? (vinden)

35

Heb jij dat bericht echt ___? (verwijderen)

¿Estás seguro que quieres abandonar la página?

Al abandonar la página perderás el progreso del juego.