Crear
Descargar
Obtener Plan Académico
Compartir juego
Completar Frases
Completar Frases

OKAN Grammatica

Intégralo en tu plataforma

Puedes integrar el juego en un LMS compatible con LTI 1.1 o LTI 1.3 como Canvas, Moodle, o Blackboard. De esta manera podrás guardar las puntuaciones automáticamente en el libro de calificaciones de esa plataforma.
Descargar
Has superado el número máximo de juegos que puedes integrar en Google Classroom con tu Plan actual.

Para integrar tantos juegos como quieras en Google Classroom, necesitas un Plan Académico o un Plan Comercial.

Has superado el número máximo de juegos que puedes integrar en Microsoft Teams con tu Plan actual.

Para integrar tantos juegos como quieras en Microsoft Teams, necesitas un Plan Académico o un Plan Comercial.

La descarga de juegos es una característica exclusiva para usuarios con un Plan Académico o un Plan Comercial.

Obtén ahora tu Plan Académico o Comercial y comienza a integrar tus juegos en tu LMS, web o blog.

Si lo deseas, puedes descargar un juego de prueba aquí y probar su integración:

OKAN Grammatica

Completar Frases

Jugadas 0

Sobre esta actividad

Enkele belangrijke grammaticale regels en toepassingen

Creada por

Bélgica

Descarga la versión para jugar en papel

Crea tu propio juego gratis desde nuestro creador de juegos
Compite contra tus amigos para ver quien consigue la mejor puntuación en esta actividad

Top juegos

%
Anónimo
Anónimo
%
%
%
Has superado el número máximo de juegos que puedes imprimir con tu Plan actual.

Para imprimir tantos juegos como quieras, necesitas un Plan Académico o un Plan Comercial.

Imprime tu juego
OKAN Grammatica
 

Completar Frases

OKAN GrammaticaVersión en línea

Enkele belangrijke grammaticale regels en toepassingen

por Doke Brouns
1

HET LIDWOORD
Voorbeeld : DE bank staat naast HET raam .
Wat , Het lidwoord staat voor het zelfstandig naamwoord .
Regel :
EEN ? onbepaald lidwoord = alleen ENKELVOUD , geen meervoud !
Je weet NIET over welke persoon , over welk dier of over welk voorwerp het gaat .
Voorbeeld : Er staat een fiets op straat .

DE / HET ? bepaald lidwoord = Enkelvoud . Indien meervoud : altijd DE .
Je weet over welke persoon , over welk dier of over welk voorwerp het gaat .
Bijvoorbeeld : Het boek ligt op tafel . De hond is heel lief . De meisjes staan op de speelplaats .
Je vindt het juiste bepaald lidwoord in het woordenboek .

Vul in : DE , HET of EEN
Ik zoek boek over vogels .
huis van familie Claes is heel groot .
kat van buren heeft rat gevangen .
Hij opent raam van zijn slaapkamer .
Deze ochtend is mama naar bakker in dorp gegaan om koffiekoeken te halen .
Er ligt jas op grond .
Van wie is jas die daar op grond ligt ?
In tuin zit eekhoorn .
Wij maken mooie wandeling in bos .
Ik open deur van museum .

2

HET ZELFSTANDIG NAAMWOORD
Voorbeelden : De HOND is heel lief .
Ik ga met de AUTO .
De MAN leest een BOEK .

1 . Je benoemt mensen , dieren en dingen met een zelfstandig naamwoord .
2 . Je kan een lidwoord zetten voor een zelfstandig naamwoord .
3 . Een zelfstandig naamwoord heeft meestal een enkelvoud en meervoud .
4 . Van zelfstandige naamwoorden kan je meestal een verkleinwoord maken .

Kopieer de zelfstandig naamwoorden in de volgende zinnen .
Ik zoek een boek over vogels . ,
Het huis van de familie Claes is heel groot . , ,
De kat van de buren heeft een rat gevangen . , ,
Hij opent het raam van zijn slaapkamer . ,
Deze ochtend is mama naar de bakker in het dorp gegaan om koffiekoeken te halen . , , , ,
Er ligt een jas op de grond . ,
Van wie is de jas die daar op de grond ligt ? ,
In de tuin zit een eekhoorn . ,
Wij maken een mooie wandeling in het bos . ,
Ik open de deur van het museum . ,

3

HET MEERVOUD
Wat ? Je moet het zelfstandig naamwoord aanpassen als je er meer dan 1 benoemt .
Regel : Het lidwoord in het meervoud is altijd DE
ENKELVOUD MEERVOUD
het huis ? de huizen
de stoel ? de stoelen
het koekje ? de koekjes

De meeste woorden hebben een meervoud op - EN .
de kast = de
het boek = de
de bank = de

Let op de spelling :
korte klank = dubbele medeklinker
de man =
de pen =

lange klank = 1 klinker + medeklinker
de maan =
de zoon =

? f ? ? ? v ?
de brief =
? s ? ? ? z ?
het huis =

Meervoud = + S
Woorden met ? - er ?
de kamer =
Woorden met ? - el ?
de lepel =
Woorden met ? - en ?
de jongen =
Woorden met ? - iër ?
de skiër =
Woorden met ? - je ?
het meisje =
Woorden met ? doffe - e ?
de studente =
Woorden met ? - eur ?
de directeur =
Woorden uit een vreemde taal
het café =
het ticket =

Meervoud + 'S
Woorden met op het einde ? a ? , ? i ? , ? o ? , ? u ? , ? y ?
de ski = ? s
de auto = ? s

4

HET VERKLEINWOORD
WAT ? Je gebruikt het verkleinwoord als je iets klein , lief of schattig vindt .
Regel : Het lidwoord bij een verkleinwoord is altijd HET .
Voorbeelden : de auto ? het autootje
de man ? het mannetje
het boek ? het boekje

+ TJE
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een klinker ( a , e , i , o , u ) .
? de klinker verdubbelt
? i wordt - ie
de auto = het
de ski = het
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op :
? een lange klinker ( aa , ee , oo , uu )
? - ie , - ei , - ij , - au , - ou , - eu , - ui + n , l , r
de baan = het
de muur = het
de zool = het
de tuin = het
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op - y .
de baby = ? tje
( Opgelet : met weglatingsteken ! )
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op - el , - en , - er , - or .
de tafel =
de oven =
de motor =
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op - w .
het touw =

+ PJE
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op - m .
de boom =
de film =

+ ETJE
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een korte klinker met klemtoon
+ - l , - m , - n , - ng , - r .
? De laatste medeklinker verdubbelt in het meervoud ( niet bij ? ng ? ! )
de kam =
de man =
de tang =

+ KJE
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op - ing .
? De ? g ? verandert in een ? k ?
de ketting =

UITZONDERINGEN
het blad =
het glas =
het schip =

Het lidwoord in het meervoud is altijd DE
de bomen = de
de manen = de
de mannen =
de pennen =
de glazen =
de schepen =

5

HET BIJVOEGLIJK NAAMWOORD = HET ADJECTIEF
Wat ? Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets meer over een zelfstandig naamwoord .
Voorbeelden :
het OUDE huis
het LEKKERE eten
de RODE boekentas
een MOOI boek

Regel :
Het bijvoeglijk naamwoord staat ACHTER het zelfstandig naamwoord .
Je verandert niets aan het bijvoeglijk naamwoord .
Bijvoorbeeld : de fiets is mooi .
Het bijvoeglijk naamwoord staat VOOR het zelfstandig naamwoord .
Je schrijft meestal ( = niet altijd ! ) het bijvoeglijk naamwoord + e .
Je moet hiervoor kijken naar het zelfstandig naamwoord .
Bijvoorbeeld : de mooie fiets .

Enkelvoud : DE sterke man . HET mooie huis .
Meervoud : DE sterke mannen . DE mooie huizen .
EEN sterke man . EEN mooi huis .

Schrijf de zinnen opnieuw zodat het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staat .
De monnik is blind . De monnik
De torenkamer is donker . De torenkamer
De lucifers zijn nat . De lucifers
Het handschrift is mooi . Het handschrift
De zonnestraal wordt klein . De zonnestraal

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in :
Een raam . ( groot )
Een kat . ( klein )
Een schilderij . ( prachtig )
Een hond . ( wit )
Een olifant . ( groot )

6

DE TRAPPEN VAN VERGELIJKING
Wat ? De trappen van vergelijking gebruik je om personen , dingen , situaties ? te vergelijken .
Voorbeelden :
De rode auto is MOOIER dan de blauwe auto .
De gele auto vind ik HET MOOIST .

Regel : Er zijn 3 trappen van vergelijking
1 . de stellende trap :
De vrouw is mooi .
De struik is groot .
= adjectief

2 . de vergrotende trap
Deze vrouw is mooier dan die vrouw .
De boom is groter .
= adjectief + er ( dan )

3 . overtreffende trap
Mijn vrouw is het mooist .
De mooiste vrouw .
Dit is de grootste boom .
= het + adjectief + st ( e )

LET OP ! !
1 . Soms verandert de spelling !
? Een korte klank ( a , e , i , o , u ) blijft kort . Wij schrijven een dubbele medeklinker .
Bijvoorbeeld : snel = sneller
? Een lange klank ( aa , ee , oo , uu ) schrijven we met één klinker .
Bijvoorbeeld : groot = groter
2 . Bijvoeglijke naamwoorden ( adjectieven ) die eindigen op - r krijgen bij de vergrotende trap + der .
Bijvoorbeeld : duur = duurder
3 . Bijvoeglijke naamwoorden van 3 of meer lettergrepen krijgen in de overtreffende trap ? meest ? ervoor .
Het geconcentreerde meisje . Het meisje is geconcentreerder dan de jongen . Het meest geconcentreerde meisje .
4 . Uitzonderingen ( die moet je uit het hoofd studeren ! ) :
goed beter best
graag liever liefst
veel meer meest
weinig minder minst

Vul de vergrotende trap in :
De auto van mijn buurman is dan die van mij . ( duur )
Deze opgave is dan de vorige opgave . ( moeilijk )
Haar koffer is dan de mijne . ( zwaar )
De koffie in dit café is dan in dat café . ( lekker )
Het weer van vandaag is dan gisteren . ( slecht )

Vul de overtreffende trap in :
Hij is de speler van het hele team . ( goed )
Het is het boek dat ik ooit heb gelezen . ( interessant )
Mijn oma maakt de taarten van de hele familie . ( lekker )
Zijn huis is het van de hele straat . ( mooi )
Deze film is de film die ik ooit heb gezien . ( eng )

Vul de juiste trap van vergelijking in :
Antwerpen is dan Leuven . ( druk )
Ik ben de van vier kinderen . ( jong )
Ik voel me dan gisteren . ( goed )
Hij is in wiskunde dan ik . ( sterk )
Dit is de film die ik ooit heb gezien . ( slecht )
Het weer vandaag is dan gisteren . ( mooi )
Mijn vader is dan mijn moeder . ( oud )
Dit is de opgave van de cursus . ( moeilijk )
De zomer is het seizoen van het jaar . ( warm )
Mijn oma bakt de taarten . ( lekker )

7

HET PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD
1 . HET PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD ALS ONDERWERP
Wat ? Een persoonlijk voornaamwoord verwijst meestal naar personen en soms naar dieren of dingen .
Voorbeelden :
HIJ aait de hond .
JIJ komt met de bus naar school .
IK ga naar school .

1e persoon enkelvoud =
2e persoon enkelvoud = of je
beleefdheidsvorm =
3e persoon enkelvoud :
mannelijk =
vrouwelijk = of ze

1e persoon meervoud = of we
2e persoon meervoud =
3e persoon meervoud = of ze

Als we spreken over dieren en dingen gebruiken we :
in het enkelvoud : hij , zij / ze , het
in het meervoud : ze
Bijvoorbeeld :
De fiets is nieuw . Hij is nieuw .
De leeuwin slaapt . Ze slaapt .
Het huis is groot . Het is groot .
De boeken liggen op de bank . Ze liggen op de bank .
Is een woord mannelijk ( hij ) of vrouwelijk ( zij ) ? Dat zoek je op in het woordenboek !

Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord in :
Ik woon in Leuven . ( 1e persoon enkelvoud )
Jij bent mijn vriend . ( 2e persoon enkelvoud )
Mevrouw , hoe heet ? ( 3e persoon enkelvoud )
Jan is een jongen . is een jongen .
An is een meisje . is een meisje .
Mustafa en ik zitten samen in de klas . zitten samen in de klas
Jullie gaan met de bus . ( 2e persoon meervoud )
Thomas en Kobe komen naar school . komen naar school .

8

HET PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD
2 . HET PERSOONLIJK VOORNAAMWOORD ALS NIET - ONDERWERP
Voorbeelden
Ik zie HAAR wandelen op straat .
Ik telefoneer naar HEM .

1e persoon enkelvoud = of me
2e persoon enkelvoud = of jou
beleefdheidsvorm =
3e persoon enkelvoud
mannelijk =
vrouwelijk =

1e persoon meervoud =
2e persoon meervoud =
3e persoon meervoud = of ze
na voorzetsel ( prepositie )

Als we spreken over dieren en dingen gebruiken we :
in het enkelvoud : hem , haar , het
in het meervoud : ze
Bijvoorbeeld :
Sarah ziet de hond . Ze geeft hem eten .
Thomas kijkt naar de leeuwin . Hij vindt haar mooi .
De jongen heeft een boek . Hij geeft het aan het meisje .
De meisjes zien de paarden . Zij geven ze te eten .

Vul het juiste persoonlijk voornaamwoord in :
Ik ben bij de dokter . Hij onderzoekt .
Ik ken goed . ( 2e persoon enkelvoud )
Jan staat op de foto . Wij zien op de foto .
An neemt de bus van 14u . Jullie brengen naar de bus .
Wij zijn bij de fotograaf . Hij fotografeert .
Jullie zitten vooraan in de klas . De leerkracht ziet .
Julia en Simon praten over de les . Ik hoor praten .
Sara en Christine zijn jarig . Ik geef het cadeau . Ik geef het cadeau aan .

9

HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD
Wat ? Een bezittelijk voornaamwoord vertelt iets over een bezit van iemand en staat altijd bij een zelfstandig naamwoord .
Voorbeelden :
Dat is ZIJN boekentas .
Ik geef MIJN agenda aan de leerkracht .
Regel :
Het bezittelijk voornaamwoord staat VOOR het zelfstandig naamwoord .
Voorbeeld :
Dit is MIJN JAS .
Mijn = bezittelijk voornaamwoord . Jas = zelfstandig naamwoord .

Je kan een bijvoeglijk naamwoord zetten tussen het bezittelijk voornaamwoord en het zelfstandig naamwoord .
Bijvoorbeeld : Haar mooie jas is stuk .
Haar = bezittelijk voornaamwoord
mooie = bijvoeglijk naamwoord
jas = zelfstandig naamwoord

1e persoon enkelvoud =
2e persoon enkelvoud =
beleefdheidsvorm =
3e persoon enkelvoud
mannelijk =
vrouwelijk =

1e persoon meervoud
de - woord =
het - woord =
2e persoon meervoud =
3e persoon meervoud =

Vul het juiste bezittelijk naamwoord in
Jan en ik zijn vrienden . Jan is vriend .
Jij hebt een rode fiets . Dat is rode fiets .
Dit is koffie , meneer .
Het boek is van Jan . boek ligt op de tafel .
De pen is van Alice . pen ligt op de grond .
Wij hebben een boek over dinosaurussen . Het is boek .
Wij zitten in de klas . Het is klas .
Jullie krijgen les van Meneer Smit . Meneer Smit is leraar .
Daar zijn Soraya en Yousef . En dit zijn ouders .

10

HET AANWIJZEND VOORNAAMWOORD
Wat ? Een aanwijzend voornaamwoord wijst een ding / persoon aan .
Voorbeelden :
DEZE jurk vind ik mooi .
DIT boek lees ik graag .

Iets dat dichtbij ligt : deze of dit
de - woord =
het - woord =
meervoud =

Iets dat veraf ligt : die of dat
de - woord =
het - woord =
meervoud =

Vul het juiste aanwijzend voornaamwoord in :
boekentas is van mij . ( = dichtbij )
boekentas is rood . ( = veraf )
boek is heel interessant . ( = dichtbij )
boek is niet interessant . ( = veraf )
mappen zijn van de OKAN - klas . ( = dichtbij )
mappen zijn van de leerlingen van voeding - verzorging . ( = veraf )

¿Estás seguro que quieres abandonar la página?

Al abandonar la página perderás el progreso del juego.