Froggy Jumps Froggy thema 2 stoffenVersión en línea Froggy game over thema 2: stoffen por Mevr Kosman 1 Een... is waarvan iets is gemaakt a Stof b Materiaal c Voorwerp 2 Een ... is een stof waarvan je een voorwerp kan maken a Stof b Materiaal c Voorwerp 3 Een ... is een ding dat je kunt gebruiken a Stof b Materiaal c Voorwerp 4 Water is een... a Stof b Materiaal c Voorwerp 5 Ijzer is een... a Stof b Materiaal c Voorwerp 6 Zuurstof is een... a Stof b Materiaal c Voorwerp 7 Kunststof is een... a Stof b Materiaal c Voorwerp 8 Kladpapier is een... a Stof b Materiaal c Voorwerp 9 Een tafel is een... a Stof b Materiaal c Voorwerp 10 Welke stofeigenschap past bij Ijzer? a Magnetisch b Brandbaar c Breekbaar 11 Welke stofeigenschap past bij water? a Hard b Doorzichtig c Breekbaar 12 Welke stofeigenschap past bij rubber? a Hard b Doorzichtig c Buigbaar 13 Welke woordjes horen bij ''fase'' als we het hebben over stoffen? a vloeibaar - vast - gas b zoet - zuur - zout c hard - zacht 14 Je smelt een vast stuk metaal zodat het vloeibaar wordt. Welke faseovergang past hierbij? a Smelten b Verdampen c Stollen 15 Je kookt een pan met water. Er ontstaat waterdamp. Welke faseovergang hoort hierbij? a Smelten b Verdampen c Stollen 16 Je hebt warm gedouched. De warme waterdamp komt tegen het koude badkamer raam aan. Er ontstaan druppeltjes op de ruit. Hoe noem je deze faseovergang? a Condenseren b Verdampen c Stollen 17 Je legt een ijklontjes tree met water in de vriezer om ijsklontjes te maken. Na een tijdje is het vloeibare water vast geworden. Hoe noem je deze faseovergang? a Condenseren b Verdampen c Stollen 18 Je verwarmt een stof tot zijn smeltpunt. In welke fase bevind de stof zich nu? a Vloeibaar b Vast c Gas 19 Je verwarmt een stof tot zijn kookpunt. In welke fase bevind de stof zich nu? a Vloeibaar b Vast c Gas 20 Je laat een stof afkoelen tot zijn stolpunt. In welke fase bevind de stof zich nu? a Vloeibaar b Vast c Gas 21 Wanneer je water kookt kun je het tot 250 graden verwarmen a Waar b Niet waar c 22 Dit is de warmste temperatuur die een stof kan krijgen. Warmer dan dit kan de stof niet worden. a Stolpunt b Smeltpunt c Kookpunt 23 De dichtheid van een stof is de massa van een blokje van... a 1 cm (een centimeter) b 1 cm2 (een vierkante centimeter) c 1 cm3 (een kubieke centimeter) 24 Een blokje piepschuim van 1 cm3 is lichter dan een blokje ijzer van 1 cm3. Dit komt doordat de stoffen een andere ... hebben a Grootte b Dichtheid c Volume 25 Een blokje messing van 1 cm3 weegt 8,5 gram. Wat is de dichtheid van dit blokje? a 4 g/cm3 b Kun je niet zeggen c 8,5 g/cm3 26 Welk metaal doet aan oxideren? a Nikkel b Ijzer c Goud 27 Welk metaal doet aan roesten? a Nikkel b Ijzer c Goud 28 Om te roesten of oxideren, komt . . . bij een metaal a Water en stof b Water en zuurstof c Zuurstof en warmte 29 Staal bedekken met een laagje tin om roesten tegen te gaan, noem je... a Verchromen b Vertinnen c Verroesten 30 Welke eigenschap hoort bij de edelmetalen? (goud en zilver) a Zijn brandbaar b Kunnen niet roesten of oxideren c Kunnen niet bewerkt worden 31 Welke twee metalen zijn magnetisch? a Ijzer en Nikkel b Zink en Tin c Staal en Chroom 32 Van welk materiaal worden traditioneel voorwerpen gemaakt door te blazen? a Hout b Glas c Keramiek 33 Wat is recylen? a Het hergebruiken van stoffen b Het weggooien van stoffen c Het maken van stoffen 34 Wat betekent het woordje poreus? a Er zitten bobbels op het materiaal b Er zitten gaatjes in het materiaal c Er zitten deuken in het materiaal 35 Waarvan worden kunststoffen (plastics) gemaakt? a Boomslijm b Zeebodem c Aardolie 36 Welk soort kunststof kan gebruikt worden als isolatie? a Piepschuim b PET c PE 37 Welk soort kunststof wordt gebruikt om plastic tasjes te maken? a Piepschuim b PET c PE 38 Welk soort kunststof wordt gebruikt om plastic frisdrank flessen te maken? a Piepschuim b PET c PE 39 Wat betekent dit plaatje? a Giftig b Brandbaar c Schadelijk voor milieu 40 Wat betekent dit plaatje? a Giftig b Brandbaar c Schadelijk voor milieu 41 Wat betekent dit plaatje? a Buiten bereik van kinderen plaatsen b Niet in de prullenbak weggooien c Niet met andere stoffen mixen