Icon Crear Crear

KV HS 10

Test

(3)
Zelftoets HS 10

Descarga la versión para jugar en papel

220 veces realizada

Creada por

Países Bajos

Top 10 resultados

  1. 1
    05:11
    tiempo
    95
    puntuacion
  2. 2
    LISANNE
    LISANNE
    09:13
    tiempo
    90
    puntuacion
  3. 3
    11:18
    tiempo
    85
    puntuacion
  4. 4
    Luigino Refos
    Luigino Refos
    25:17
    tiempo
    75
    puntuacion
  5. 5
    01:47
    tiempo
    15
    puntuacion
  6. 6
    00:36
    tiempo
    5
    puntuacion
¿Quieres aparecer en el Top 10 de este juego? para identificarte.
Crea tu propio juego gratis desde nuestro creador de juegos
Compite contra tus amigos para ver quien consigue la mejor puntuación en esta actividad

Top juegos

  1. tiempo
    puntuacion
  1. tiempo
    puntuacion
tiempo
puntuacion
tiempo
puntuacion
 
game-icon

KV HS 10Versión en línea

Zelftoets HS 10

por Convoy Uitgevers
1

De controller van Vicky BV heeft becijferd dat de terugverdientijd van een investeringsproject 3,2 jaar is. Voor dit project is een investering nodig van € 300.000. De levensduur van het project is 7 jaar. Is dit een aanvaardbaar investeringsproject?

2

Bij het beoordelen van investeringen op basis van de netto contante waarde wordt de contante waarde van de cashflows vergeleken met:

3

Welke van de onderstaande beweringen is juist?

4

Van een project is bekend dat de netto contante waarde bij een rendementseis van 10% groter is dan € 0. De interne rentevoet is

5

Van een project is bekend dat de netto contante waarde bij een rendementseis van 8% kleiner is dan € 0. De interne rentevoet is

6

De Boer BV heeft een machine aangeschaft voor € 100.000. De producten die met de machine worden geproduceerd zullen naar verwachting een jaarlijkse omzet van € 100.000 hebben. De kosten van productie en verkoop zijn inclusief de afschrijvingskosten van de machine € 85.000 per jaar. De machine wordt in 5 jaar afgeschreven met gelijke bedragen per jaar tot een restwaarde van € 10.000. De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit van dit project is:

7

7 bv Schakel heeft een investeringsproject op het oog waarvoor € 200.000 moet worden geïnvesteerd. De looptijd van het project is 4 jaar. De restwaarde is naar verwachting nul. Met het project verwacht Schakel een jaarlijkse cashflow te realiseren van € 65.000. De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit van dit investeringsproject is:

8

Hoeveel bedraagt de jaarlijkse winst van het project, uit het kader links?

9

Hoeveel bedraagt de cashflow van het project in het tweede jaar, uit het kader links?

10

Het gemiddeld in dit project geïnvesteerd vermogen is? Zie kader links.

11

De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit van dit project is? Zie kader links.

12

De terugverdientijd van dit project is? Zie kader links?

13

Bronkhorst is bezig met de beoordeling van een investeringsproject. Het bedrag dat in dit project moet worden geïnvesteerd is € 180.000. De levensduur van de investering is 6 jaar. Na deze 6 jaar is de restwaarde € 30.000. Bronkhorst heeft becijferd dat de investering elk jaar een winst na belasting zal opbrengen van € 20.000. De terugverdientijd van dit investeringsproject is:

14

Van Duijnen heeft voor een bedrag van € 1.000.000 een investering gedaan in een volautomatische installatie voor de productie van voorgebakken frieten. De investering heeft een levensduur van 10 jaar. De restwaarde van de installatie is naar verwachting nul. Afschrijven gebeurt met gelijke bedragen per jaar. Van Duijnen heeft becijferd dat de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit van dit project 15% is. In de berekeningen heeft Van Duijnen aangenomen dat de winst van dit project elk jaar even hoog is. De terugverdientijd van dit project is:

15

De cashflow van het derde jaar van dit project is? Zie kader links.

16

De netto contante waarde van dit project is? Zie kader links

17

De terugverdientijd van een investeringsproject is 3,2 jaar. De cashflows zijn elk jaar even hoog. Voor dit project is een investering nodig van € 800.000. De levensduur van de investering is 5 jaar. De restwaarde is nul. Voor deze investering geldt een rendementseis van 10%. De netto contante waarde van dit project is:

18

Voor een project is een investering nodig van € 500.000. De geschatte levensduur is 4 jaar en de geschatte restwaarde € 40.000. Afschrijven gebeurt met gelijke bedragen per jaar. Met deze investering wordt een jaarlijkse omzet verwacht van € 350.000. De bijkomende kosten zijn, exclusief afschrijvingskosten, € 150.000 per jaar. Over de winst betaalt deze onderneming 25% belasting. De rendementseis voor dit project is 8%. De netto contante waarde van dit project bedraagt:

19

Welke keuze maakt de ondernemingsleiding? Zie kader links?

20

Wat is geen kenmerk van de netto contante waarde methode?

Uitleg

Is niet te zeggen omdat er geen eis is geformuleerd voor de lengte van de gewenste terugverdientijd.

Bij het beoordelen van investeringen op basis van de netto contante waarde wordt de contante waarde van de cashflows vergeleken met het investeringsbedrag dat nodig is om het project op te starten.

B is onjuist want de NCW wordt berekend met behulp van de cashflows C is onjuist want als de NCW negatief is betekent het dat het gewenste rendement niet wordt bereikt D is onjuist want met de NCW kan de terugverdientijd niet worden bepaald

Als de NCW positief is dan is het interne rendement hoger dan de rendementseis.

Als de NCW negatief is dan is het interne rendement lager dan de rendementseis.

Gemiddelde winst per jaar € 100.000 - € 85.000 = € 15.000 Gemiddeld geïnvesteerd vermogen (€ 100.0000 + € 10.000) / 2 = € 55.000 GBR = € 15.000 / € 55.000 x 100% = 27,27%

Afschrijving per jaar € 200.000 / 4 = € 50.000 Gemiddelde winst per jaar € 65.000 - € 50.000 = € 15.000 Gemiddeld geïnvesteerd vermogen € 200.0000 / 2 = € 100.000 GBR = € 15.000 / € 100.000 x 100% = 15%

Afschrijving per jaar (€ 1.000.000 - € 100.000) / 5 = € 180.000 Jaarlijkse winst € 1.500.000 - € 1.250.000 - € 180.000 = € 70.000

Afschrijving per jaar (€ 1.000.000 - € 100.000) / 5 = € 180.000 Jaarlijkse winst € 1.500.000 - € 1.250.000 - € 180.000 = € 70.000 Cashflow per jaar € 180.000 + € 70.000 = € 250.000

Gemiddeld geïnvesteerd vermogen (€ 1.000.0000 + € 100.000) / 2 = € 550.000

Gemiddeld geïnvesteerd vermogen (€ 1.000.0000 + € 100.000) / 2 = € 550.000 Afschrijving per jaar (€ 1.000.000 - € 100.000) / 5 = € 180.000 Jaarlijkse winst € 1.500.000 - € 1.250.000 - € 180.000 = € 70.000 GBR = € 70.000 / € 5850.000 x 100% = 12,73%

Afschrijving per jaar (€ 1.000.000 - € 100.000) / 5 = € 180.000 Jaarlijkse winst € 1.500.000 - € 1.250.000 - € 180.000 = € 70.000 Cashflow per jaar € 180.000 + € 70.000 = € 250.000 Terugverdientijd € 1.000.000 / € 250.000 = 4 jaar

Afschrijving per jaar (€ 180.000 - € 30.000) / 6 = € 25.000 Cashflow per jaar € 20.000 + € 25.000 = € 45.000 Terugverdientijd € 180.000 / € 45.000 = 4 jaar

Gemiddeld geïnvesteerd vermogen € 1.000.000 / 2 = € 500.000 GBR = 15% dus winst per jaar is 15% x € 500.000 = € 75.000 Afschrijving per jaar € 1.000.000 / 10 = € 100.000 Cashflow per jaar € 75.000 + € 100.000 = € 175.000 Terugverdientijd € 1.000.000 / € 175.000 = 5,7 jaar

Afschrijving per jaar (€ 2.000.000 - € 100.000) / 5 = € 380.000 Cashflow per jaar € 380.000 + € 380.000 = € 760.000

Afschrijving per jaar (€ 2.000.000 - € 100.000) / 5 = € 380.000 Cashflow per jaar € 380.000 + € 380.000 = € 760.000 CW = € 760.000 x 1,10-1 + € 760.000 x 1,10-2 + € 760.000 x 1,10-3 + € 760.000 x 1,10-4 +€ 760.000 x 1,10-5 + € 100.000 x 1,10-5 = € 2.943.090 NCW = € 2.943.090 - € 2.000.000 = € 943.090

Cashflow per jaar is € 800.000 / 3,2 = € 250.000. CW = € 250.000 x 1,10-1 + € 250.000 x 1,10-2 + € 250.000 x 1,10-3 + € 250.000 x 1,10-4 +€ 250.000 x 1,10-5 = € 947.697 NCW = € 947.697 - € 800.000 = € 147.697

Afschrijving per jaar (€ 500.000 - € 40.000) / 4 = € 115.000 Winst per jaar € 350.000 - € 150.000 - € 115.000 = € 85.000 Winst na belasting per jaar 75% x € 85.000 = € 63.750 Cashflow per jaar is € 63.750 + € 115.000 = € 178.750 CW = € 178.750 x 1,08-1 + € 178.750 x 1, 08-2 + € 178.750 x 1, 08-3 + € 178.750 x 1, 08-4 + € 40.000 x 1, 08-4 = € 621.444 NCW = € 621.444 - € 500.000 = € 121.444

Project A valt af omdat de minimale GBR-eis niet wordt behaald

Het antwoord van de netto contante waarde methode is altijd een bedrag.