1
de verticale draden in een weefsel
2
We spreken van … als vooral of enkel de kettingdraden zichtbaar is bij een weefsel
3
de horizontale draden in een weefsel
4
Als vooral of enkel de inslag zichtbaar is bij een weefsel spreken we van …
5
De stevige rol achteraan het getouw om de ketting op te winden.
6
een deel van de geschoren ketting, vaak een bundel ter breedte van 10 cm
7
de manier waarop de schachten aan de hendels verbonden zijn.
8
De kaders in het midden van het getouw die op en neer kunnen bewegen en een sprong of gaap vormen.
9
De balk vooraan het getouw waar het weefsel wordt over geleid naar de doekrol.
10
handeling waarbij de kettingdraden door de oogjes gestoken worden
11
Dient om de kettingdraden regelmatig te spreiden en geordend op te bomen. Meestal geordend naar aantal dr/cm.
12
Stevige rol vooraan het getouw waar de geweven stof wordt omgewikkeld
13
De ketting op de kettingboom winden.
14
een vaste structuur van kruisende ketting en inslagdraden.
15
Dienen om de schachten op en neer te bewegen.
16
Proces waarbij de kettingdraden op de juiste afstand afgemeten worden
17
De balk achteraan het getouw waar de ketting over glijdt naar de schachten.
18
… wordt gebruikt om de inslag aan te slaan. Soorten …: staande, hangende of schuif…
19
De ketting wordt door de oogjes van de … gestoken, … op dezelfde schacht maken dezelfde beweging.
20
… zorgt voor gelijke spreiding van de draden omdat de tandjes op een geordende afstand van elkaar staan. Vb. 3ro/cm. Ook zorgt het … voor het behouden van de weefbreedte.
21
Opening die gevormd wordt wanneer schacht(en) omhooggaan. De opening komt er door kettingdraden die omhooggaan en andere die in rust blijven.