Ordenar Palabras relatieve bijzin, nt2, volgordeVersión en línea zet de woorden in de goede volgorde. Let op het relatief pronomen en de preposities. por Thera Wittekoek 1 kan lekker Ik koken , die een zoek man . , . 2 met speel ik Het , instrument waar op elke een plezier is dag . , . 3 nemen kunt die mee je , makkelijk op fiets is Een vakantie vouwfiets een . , . 4 stukje vaak buurvrouw een , een wandelen heb Ik ik ga wie met , 5 heb Fietsen de iets regen is , waar in echt hekel ik aan een . , . 6 lang niemand op , zijn ken lopen zo Ik kan die handen . , . 7 het Dat waar het , ik is liefst naartoe ga land . , . 8 was ik waar de , situatie schaamde Dat voor me . , . 9 zit gaatje waar de , in Ziet een u kies ? , ? 10 mee kan maken comfortabele , wandelingen lange Hij draagt schoenen waar hij . , .